De al jaren voortslepende kwestie betreffende het vrijstellingsbesluit van de gemeente Leek om in het houtsingelreservaatsgebied Midwolde een aantal houtsingels te rooien (en te compenseren d.m.v. aanplant van nieuwe houtsingels) heeft tenslotte geleid tot een afwijzing van ons bezwaarschrift, tegen het advies in van de onafhankelijke commissie Bezwaarschriften van de gemeente Leek.
Wij zijn mordicus tegen deze vrijstelling omdat het ingaat tegen alle afspraken die in het verleden zijn gemaakt betreffende de status van dit waardevolle houtsingelreservaat. Bovendien vinden wij het buitengewoon kwalijk dat de gemeente zich in deze zaak heeft laten gijzelen door een afspraak met de eigenaar c.q. pachter van deze gronden in Midwolde over aankoop en uitruil van kavels in het bedrijventerrein Leeksterveld, waar de gemeente grote financieel/ economische belangen heeft liggen.
Tegn deze afwijzing van ons bezwaarschrift gaan wij thans, samen met de Milieufederatie Groningen, in beroep bij de Bestuursrechter in Groningen.

Zie het vervolg voor de inhoud van ons beroepsschrift. 


Aan de Sector Bestuursrecht van de Rechtbank Groningen

Postbus 150

9700 AD Groningen

Leek, 24 mei 2009

 

Hierbij tekenen wij, Stichting Milieubeheer ZWK en Milieufederatie Groningen, beroep aan tegen het besluit van B&W van Leek dd. 21 april 2009 tot vrijstelling van voorschriften in het vigerende bestemmingsplan buitengebied aangaande werkzaamheden in het houtsingelreservaatsgebied Midwolde.

B&W van Leek wijken in dit besluit af van het advies van de Commissie Bezwaarschriften dd. 3 juli 2008 waarin de gemeente wordt geadviseerd onze bezwaren gegrond te verklaren.

De motivering van B&W van Leek om onze bezwaren desondanks ongegrond te verklaren berust naar onze mening op onjuistheden, verdraaiing, dan wel doelbewust negeren van feiten. Om die redenen stellen wij dit beroep in.

 

Wat vooraf ging.

  • In het kader van de Landinrichting Zuidelijk Westerkwartier is in  de 80er jaren na langdurige en moeizame onderhandelingen met belanghebbenden (landbouworganisaties, gemeenten, provincie, Ministerie van LNV, waterschap, natuurbehoud- en milieuorganisaties) afgesproken waar wel of niet of in beperkte mate landbouwkundige ontwikkeling dan wel natuurontwikkeling in het ZWK mag plaatsvinden. Voor het onderhavige gebied is destijds afgesproken dat hier geen landbouwkundige ontwikkeling mag plaatsvinden en dat de natuur hier voorrang heeft. Het door de gemeente genomen vrijstellingsbesluit is rechtstreeks in strijd met deze afspraak (zie dit beroepsschrift ad 6)
  • Het hierboven afgesproken beleid is ruimtelijk vastgelegd in het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Leek (1989), waarbij de houtsingels in het gebied de bestemming “natuurgebied” hebben gekregen en het daartussen gelegen gebied de bestemming “agrarische doeleinden”. De werkzaamheden uit het plan behelzen o.a. het rooien van bepaalde singels, in strijd met het bestemmingsplan, om reden waarvan de gemeente deze vrijstellingsprocedure heeft opgestart.
  • De provincie heeft in opeenvolgende Streekplannen en Provinciale omgevingsplannen (POP) de afspraken uit de Landinrichting bevestigd door het gebied de functie “Natuur” toe te kennen (met uitzondering van een kleine strook aan de zuidkant van het gebied dat de functie “landbouw in gebied met belangrijke natuurwaarden” heeft). Ook heeft de provincie in 2005 in de beleidsnota “Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier” (rapport Eelerwoude) vastgelegd dat het betreffende gebied wordt aangemerkt als “houtsingelreservaat”. (zie ons beroepsschrift ad 4). De gemeente Leek heeft dit rapport als beleidsstuk daarna goedgekeurd in haar raadsbesluit van 6 februari 2006.
  • In de jaren 2004/2005 is de gemeente bezig geweest met de voorbereiding van het bedrijventerrein “Leeksterveld”, ten noorden van de A7. Om de gronden voor dit bedrijventerrein te verwerven is een ingewikkelde kavelruiltransactie tot stand gekomen waarbij de aanvrager van de vrijstelling, de maatschap Wiersma/Ottema en de Stichting Dijk-Weering Fonds, die eigenaar is van veel gronden in het houtsingelgebied Midwolde en waarvan de maatschap Wiersma/Ottema pachter is, een belangrijke rol spelen. De afspraak komt er op neer dat in ruil voor gronden in het bedrijventerrein Leeksterveld de gemeente zijn medewerking zal verlenen aan de landbouwkundige ontwikkeling van gronden in het houtsingelreservaatsgebied Midwolde van de maatschap Wiersma/Ottema (deels in eigendom bij de Stichting Dijk-Weering Fonds) door het verlenen van vrijstelling van het bestemmingsplan ten behoeve van het rooien van bepaalde houtsingels met het oog op perceelsvergroting en een rationele bedrijfsvoering. Aangezien de burgemeester van Leek zelf (q.q.) voorzitter is van de Stichting Dijk-Weering Fonds, is van die kant medewerking eveneens verzekerd. Door de grote financieel/economische belangen die met deze afspraak gemoeid zijn is de gemeente a.h.w. gegijzeld haar medewerking te verlenen aan de gewraakte vrijstellingsprocedure. (zie ons bezwaar ad 7)
  • De aanvraag om vrijstelling is door de maatschap Wiersma/Ottema op 18 mei 2005 ingediend. Velen uit het dorp, evenals de Dorpsvereniging Midwolde en onze Stichting hebben hierop gereageerd door het indienen van zienswijzen. De gemeente heeft naar aanleiding van deze zienswijzen nader floristisch/faunistisch en archeologisch onderzoek laten verrichten, wat niet geleid heeft tot aanpassing van de plannen.
  • Eveneens op 18 mei 2005 heeft de gemeente advies gevraagd aan de Begeleidingscommissie Landschapselementen ZWK. Dit leidde tot een verdeelde stemming, maar wel met een uiteindelijk positief advies, om welke reden de Stichting Milieubeheer ZWK uit het overleg is gestapt. De hierdoor ontstane crisis heeft geleid tot een nadere bezinning op de werkwijze van de adviescommissie. Dat resulteerde in een Protocol, dat op 9 mei 2007 door alle partners (dus ook de gemeente Leek) is ondertekend. In dit Protocol wordt onder andere vastgesteld dat de commissie negatief zal adviseren indien een kapaanvraag in strijd is met het geldende bestemmingsplan of in strijd is met het beleid zoals vastgelegd in de beleidsnota Houtsingelhoofdstructuur ZWK (zie boven). Wij mochten er van uit gaan dat de gemeente zich zou houden aan deze afspraak bij de behandeling van de ingediende zienswijzen (zie hierna). Dat is niet gebeurd: de gemeente blijft zich baseren op het positieve advies van de commissie van 18 mei 2005 (zie dit beroepsschrift ad 1)
  • Het voornemen tot het verlenen van vrijstelling is gepubliceerd op 4 april 2007. Hierop hebben wij, naast anderen onze zienswijzen ingediend. De gemeente heeft hierop negatief beschikt bij haar besluit van 23 oktober 2007.
  • De provincie heeft op 18 februari 2008 een verklaring van geen bezwaar afgegeven, naar onze mening op onjuiste gronden, als zou er sprake zijn van voldongen feiten (zie dit beroepsschrift ad 4)
  • Op 19 maart 2008 heeft de gemeente het besluit tot vrijstelling genomen. Hiertegen hebben wij bezwaar gemaakt. Onze bezwaren zijn behandeld door de onafhankelijke Commissie Bezwaarschriften van de gemeente Leek op de hoorzitting van 10 juni 2008. In haar advies aan B&W (3 juli 2008) heeft de commissie ons op twee punten gelijk gegeven, over de overige punten geen oordeel uitgesproken en zelf nog een punt toegevoegd (zie dit beroepsschrift ad 9) en concluderend B&W geadviseerd onze bezwaren gegrond te verklaren.
  • B&W van Leek hebben dit advies naast zich neer gelegd en onze bezwaren ongegrond verklaard in haar besluit van 21 april 2009. Tegen dit besluit gaan wij thans in beroep.

 

Ons verweer tegen het besluit van B&W

 

We behandelen onze verweer puntsgewijs, onder terugverwijzing naar het besluit van B&W van 21 april 2009 en ons oorspronkelijke bezwaarschrift dd. 28 april 2008, welke hier is bijgevoegd.

 

Ad 1 (B&W blijven zich baseren op het naar ons idee achterhaalde advies van de Begeleidingscommissie Landschapselementen ZWK van 18 mei 2005)

Met de Commissie Bezwaarschriften zijn wij van mening dat B&W zich bij de behandeling van onze zienswijze in haar besluit van 23 oktober 2007 hadden moeten laten leiden door de toen reeds geldende afspraken in het “Protocol werkwijze Begeleidingscommissie Landschapselementen ZWK” van 9 mei 2007 (ex nunc toetsing). Met dit Protocol is wel degelijk nieuw beleid ingezet. In het Protocol is immers (o.a.) vastgelegd (nogmaals citerend):

Uitzonderingen op het vastgestelde beleid, zijn ingrepen in het landschap, niet in overeenstemming met het beleid van de herziene houtsingelhoofdstructuur, welke pas gerealiseerd kunnen worden via een bestemmingsplanprocedure en regels van andere overheden. De commissie adviseert in die omstandigheden negatief omdat de ontwikkelingsrichting c.q. planvorming van een gemeente, van een instantie of een particulier niet in overeenstemming is met het vigerende beleid.

Door deze afspraak is o.i. het eerder afgegeven positieve advies van de commissie dd. 18 mei 2005 achterhaald.

Het motief dat bij het doorlopen van de procedure bij de aanvrager, de maatschap Wiersma/Ottema, verwachtingen zijn gewekt is onjuist. Ook de aanvrager was op de hoogte van door ons en anderen ingediende bedenkingen tegen het voornemen tot vrijstelling. De gemeente Leek heeft op deze bedenkingen pas op 23 oktober 2007 (dus ruim na de ondertekening van bovengenoemd Protocol) negatief gereageerd. Als er al sprake is van verwachtingen wekken dan wel bij ons: wij mochten immers verwachten dat de gemeente zou handelen in overeenstemming met het door haar ondertekende Protocol.

 

Ad 2 (betreffende de waarde van het houtsingelgebied)

De waarde van het gebied wordt niet, zoals de gemeente stelt, uitsluitend door de wijze van verkaveling bepaald. De reden dat destijds (bij de Landinrichting ZWK) besloten is om van dit gebied een houtsingelreservaat te maken (i.p.v. een gewoon houtsingelgebied) is juist gelegen in de diversiteit van de samenstelling en de door ouderdom ontstane gelaagdheid in de houtsingels, waardoor een waardevol  biotoop is ontstaan. Om die reden hebben de betreffende houtsingels een vaste bestemming “natuur” op de bestemmingsplankaart gekregen. Deze waarde is niet te compenseren door het aanleggen van nieuwe houtsingels ter vervanging van een te rooien oude houtsingel.

 

 

 

Ad 3 (betreffende het toepassen van de “Spelregels” uit de beleidsnota Houtsingelhoofdstructuur ZWK).

In de Spelregels staat onder 2.1 (Algemene spelregels) dat het rooien van singels in singelreservaatsgebieden niet is toegestaan. B&W handelen met deze vrijstelling in strijd met de door de gemeenteraad  op 6 februari 2006 goedgekeurde beleidsnota Houtsingelhoofdstructuur ZWK.

De overige spelregels hebben betrekking op veranderingen in de houtsingelhoofdstructuur en zijn niet van toepassing op houtsingelreservaatsgebieden, omdat hier immers geen enkele ingreep is toegestaan.. Uit de bijbehorende kaart blijkt duidelijk dat het houtsingelgebied Midwolde een houtsingelreservaat is.

 

Ad 4 (betreffende het provinciaal beleid)

Uit de kaart van het POP blijkt overduidelijk dat het grootste deel van het onderhavige gebied de functie “Natuur” heeft. Dat GS desondanks een verklaring van “geen bezwaar” hebben verleend is gebeurd op onjuiste gronden. Er hebben inderdaad werkzaamheden (zonder vergunning) plaatsgevonden (dode bomen zijn gerooid; door het uitdiepen van sloten is het wortelgestel van een aantal bomen beschadigd). Deze werkzaamheden zijn echter gestaakt zodra de aanvrager is aangesproken (en geverbaliseerd) op het feit dat hij illegaal bezig was.

Er is geen sprake van een onomkeerbare situatie (de heer Wiersma heeft dat op de hoorzitting van de Commissie Bezwaarschriften bevestigd): de kans op herstel van de beschadigde bomen is groot. Wij denken dat GS zijn misleid door sterk overdreven mededelingen van de gemeente Leek. Ook de Commissie Bezwaarschriften is van oordeel dat de verklaring van geen bezwaar is afgegeven op onjuiste gronden.

 

Ad 5 (betreffende het flora- en faunaonderzoek)

Ons bezwaar is niet gebaseerd op de toevallige actuele aanwezigheid van min of meer zeldzame planten en/of dieren. Door samenstelling en ouderdom van de houtsingels in dit reservaat is een rijke biotoop ontstaan waar, mits het gebied langdurig als reservaat beheerd wordt, ook ruimte komt voor zeldzamere planten en/of dieren. De werkzaamheden die als gevolg van dit vrijstellingsbesluit plaats zullen vinden leiden onmiskenbaar tot een vermindering van de totale waarde van het gebied.

 

Ad 6 (betreffende gemaakte afspraken in het kader van de Landinrichting ZWK)

In het kader van de Landinrichting ZWK zijn duidelijke afspraken gemaakt waar wel of niet of in beperkte mate landbouwkundige ontwikkeling dan wel natuurontwikkeling in het ZWK mag plaatsvinden. Dit is een ruimtelijk aspect dat consequenties heeft voor bestemmingsplannen, streekplannen, etc. Voor het onderhavige gebied is afgesproken dat hier geen landbouwkundige ontwikkeling mag plaatsvinden en dat de natuur hier voorrang heeft, met als gevolg dat de houtsingels de bestemming “natuur” hebben gekregen. Het vrijstellingsbesluit van de gemeente is in strijd met deze afspraak. Aangezien natuurontwikkeling en behoud van natuurwaarden alleen mogelijk is bij langdurige afspraken over het beheer van gebieden, menen wij dat de gemeente zich hier als een onbetrouwbare partner gedraagt, waarmee geen duurzame afspraken over de ruimtelijke inrichting van bepaalde gebieden te maken zijn.

 

Ad 7 (betreffende de belangenverstrengeling van de gemeente, waardoor van een onafhankelijke belangenafweging geen sprake is).

Al eerder is aangegeven dat de gemeente zich in deze vrijstellingsprocedure heeft gecommitteerd door afspraken te maken met de maatschap Wiersma/Ottema en de Stichting Dijk-Weering Fonds over uitruil van gronden ten behoeve van het bedrijventerrein “Leeksterveld” ten noorden van de A7. Medewerking verlenen aan deze vrijstellingsprocedure maakte deel uit van deze “deal”. Niet meewerken aan deze vrijstellingsprocedure zou grote financiële consequenties hebben voor de gemeente, waardoor van een onafhankelijke belangenafweging geen sprake is. Het is overduidelijk, zoals uit ambtelijke stukken blijkt, dat de financieel-economische belangen van de gemeente bij deze deal doorslaggevend zijn geweest. Wij betreuren het dat financieel-economische belangen elders in de gemeente gevolgen hebben voor het behoud van een natuurgebied, dat an sich totaal geen bedreiging vormt voor het ontwikkelen van dit bedrijventerrein. Door akkoord te gaan met deze deal heeft de gemeente zichzelf klem gezet, waardoor zij geen onafhankelijke beoordeling van het verzoek tot vrijstelling meer kan verrichten.

 

Ad 8 (betreffende de precedentwerking van dit vrijstellingsbesluit)

De gemeente beroept zich op de specifieke situatie van dit geval die zich elders niet gemakkelijk in dezelfde specificiteit zal voordoen. Wij bestrijden dit omdat de belangenafweging die hier heeft plaatsgevonden allerminst gekoppeld is aan de specifieke situatie zelf. Medewerking aan dit vrijstellingsbesluit is immers gegeven op basis van financieel-economische belangen van zowel de aanvrager als de gemeente, waarbij de waarde van het gebied zelf nauwelijks een rol heeft gespeeld, terwijl hier nota bene de zwaarst denkbare bescherming (reservaat) op rust. Een dergelijke samenloop van belangen kan zich in de toekomst ook elders voordoen. Wij vrezen dat dan andermaal de natuur- en landschapsbelangen het onderspit zullen delven.

 

Ad 9 (niet in ons bezwaarschrift, maar wel bij de Commissie Bezwaarschriften betreffende de aanlegvergunningplicht)

Met de Commissie bezwaarschriften zijn wij van mening dat de vrijstellingsprocedure niet automatisch tot gevolg heeft dat er impliciet een aanlegvergunning is verstrekt. Er is een Voorbereidingsbesluit genomen met het oog op de komende herziening van het Bestemmingsplan Buitengebied, waar het onderhavige gebied wederom de bestemming “Natuur” krijgt. Dat betekent dat alle werkzaamheden die mogelijkerwijs deze bestemming in gevaar kunnen brengen (zoals de thans uitgevoerde werkzaamheden m.b.t. diepploegen, aanleggen van drainage, omzetting van grasland in bouwland (Maïs)) aanlegvergunningplichtig zijn.\

 

Ad 10 (betreft de toepassing  van Art.19 lid 1 van de (oude) WRO)

In Art. 19 lid 1 wordt geëist dat het vrijstellingsbesluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing, hetzij gebaseerd op een (regionaal) structuurplan, hetzij gebaseerd op een ander toekomstig bestemmingsplan. Naar onze mening is hier in beide gevallen niet aan voldaan:

  • Als structuurplan kan hier gelden: het landinrichtingsplan ZWK en het meer recentere rapport Houtsingelhoofdstructuur ZWK dat door de gemeenteraad op 6 februari 2006 als beleidsstuk is goedgekeurd. In deze stukken wordt het betreffende gebied aangeduid als houtsingelreservaatsgebied, waar derhalve geen houtsingels gerooid mogen worden.
  • In het thans ter visie liggende ontwerp bestemmingsplan buitengebied heeft het betreffende gebied wederom de aanduiding “houtsingelreservaat” gekregen. Er is dus geen sprake van verandering van de bestemming: slechts de bestemmingsplankaart verandert.

 

Concluderend zijn wij van mening dat B&W onterecht onze bezwaren ongegrond heeft verklaard en verzoeken u daarom het vrijstellingsbesluit van de gemeente Leek te vernietigen.

 

Hoogachtend,

(namens de Stichting Milieubeheer ZWK en de Milieufederatie Groningen)

 

B.L.M.M. Rynja (vice-voorzitter Stichting Milieubeheer ZWK)