Het Bestemmingsplan Buitengebied van de vier gemeenten van het Westerkwartier ligt tot eind 2009 ter visie. Wij hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Er zitten naar ons idee een aantal belangrijke fouten in het bestemmingsplan, waarvan een aantal ook na de revisie van het Voorontwerp (ongeveer een jaar geleden zie Archief/2008/okt-dec) niet zijn aangepast. Het Bestemmingsplan is een belangrijk instrument om toekomstige ontwikkelingen m.b.t. het behoud van natuur en landschap te borgen. Vandaar dat wij hier veel aandacht aan besteden.

 

Aan de gemeenteraden van Leek, Marum en Grootegast

 

Betreft: Zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied

Leek, 22 december 2009

Gaarne maken wij, de Stichting Milieubeheer ZWK en de Werkgroep Brandnetel (beide gevestigd te Leek), gebruik van de mogelijkheid zienswijzen in te dienen tegen het Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied dat thans ter visie ligt. Wij hebben al eerder zienwijzen tegen het Voorontwerp ingediend, waarop u in een gezamenlijke reaktie gereageerd heeft. Op die reaktie zullen wij nader ingaan en tevens een aantal nieuwe aspecten naar voren brengen. Sommige zienswijzen betreffen één gemeente, andere twee of alle drie gemeenten. Wij duiden dat aan met in de kantlijn de letters L voor Leek, G voor Grootegast en M voor Marum. Wij verzoeken u waar onze zienswijze meerdere gemeenten betreft, in onderling overleg tot een gezamenlijke reaktie te komen.

 

G

  1. Het petgatencomplex “Doezumermieden” heeft ons inziens ten onrechte niet de bestemming “Natuur” gekregen (terwijl dit wel in het oude bestemmingsplan het geval was), maar “Natuur-agrarisch gebruik”. Uw argument dat het hier niet om een aaneengesloten, samenhangend gebied gaat is feitelijk onjuist en niet consistent met de aanwijzing van petgatencomplexen elders in het ZWK die wel de bestemming “Natuur” hebben gekregen. Bv. Het petgatencomplex ten westen van de Pasop (gemeente Leek) dat qua omvang en mate van versnippering vergelijkbaar is met de Doezumermieden.
    Ook het argument dat er door zo’n aanwijzing geen hinder voor de aangrenzende agrariërs mag optreden is hier niet aan de orde, aangezien de omgeving (EHS-gebied) grotendeels eigendom is van SBB en de bestemming “Natuur-agrarisch” heeft gekregen. Overigens heeft dit argument kennelijk geen rol gespeeld bij de aanwijzing van het natuurgebied “Katerhals” dat, versnipperd, midden in een puur agrarisch bestemd gebied ligt!
    Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

L

  1. U stelt dat het overloopboezemgebied ten westen van het Lettelberterdiep de bestemming “Natuur-agrarisch” heeft gekregen conform de feitelijke situatie. Dit is feitelijk onjuist: een groot deel van het gebied is open water, er zijn (vanwege het wisselende peil) drassige oeverlanden; op de omringende dijken worden hooguit wat schapen ingezet om het gras kort te houden. Gezien de wijze waarop het gebied zich ontwikkelt is een bestemming “Natuur” meer dan gerechtvaardigd, ook omdat in de bestemming “Natuur” nadrukkelijk ook “voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding” zijn betrokken.
    Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

M,L,G

  1. Op onze opmerking dat een aantal dobbes/pingoruïnes niet op de bestemmingsplan kaart voorkomt en ook niet op andere wijze beschermd worden, reageert u dat u zich baseert op kaart 6A van Omgevingsverordening Groningen, waar inderdaad, heel grof, d.m.v. blauwe stippen een aantal pingoruïnes zijn aangegeven. Deze kaart is echter zeer onzorgvuldig en bevat talrijke fouten:
    - niet alle bestaande pingoruïnes zijn d.m.v. blauwe stippen aangegeven
    - sommige blauwe stippen komen niet overeen met een bij ons bekend bestaand natuurgebied en zijn er ook vroeger nooit geweest
    - sommige blauwe stippen betreffen dobbes die inmiddels verdwenen zijn
    - sommige blauwe stippen betreffen petgaten i.p.v. dobbes
    - niet alle blauwe stippen hebben ook daadwerkelijk geleid tot een overeenkomstige aanduiding op de bestemmingsplankaart. In het bijzonder maken wij ons zorgen om een vijftal dobbes/pingoruïnes in het Haarsterveld (gemeente Marum) die niet op de bestemmingsplankaart voorkomen en thans, gelegen in een puur agrarisch gebied, zonder enige aanlegvergunning kunnen worden dichtgegooid/geëgaliseerd. Dit vinden wij, gezien de geomorfologische waarde van de betreffende pingo’s, ontoelaatbaar.
    Wij raden u aan om i.p.v. kaart 6A van de Omgevingsverordening Groningen, gebruik te maken van de uitvoerige inventarisatie van Landschapsbeheer Groningen: “Poelen, dobben en petgaten in het ZWK” (1997) en  deze te vergelijken met de thans beschikbare sattelietfoto’s om te bepalen of deze objecten nog steeds bestaan.
    Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

L





 

M,G

  1. Het gebied ten NO en ZO van de Midwolderkerk heeft zowel de waarde “Open gebied” als “Besloten gebied” gekregen. Dat lijkt ons tegenstrijdig: het aanlegvergunningenstelsel verschilt immers aanmerkelijk. Slechts de direkte omgeving van de Midwolderkerk is “besloten” en daarbuiten “open”. Het zicht op de kerk dient zeker vanuit het zuiden “open” te blijven.
    Ook ten oosten van “de Jammer” doet zich zo’n tegenstrijdigheid voor.
    Door de onoverzichtelijkheid van het kaartmateriaal op ruimtelijkeplannen.nl hebben wij door tijdgebrek niet kunnen nagaan of dit soort tegenstrijdigheden ook elders in het ZWK voorkomen.
    Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

L,M,G

  1. Nu de IKAW-kaart wegens onvoldoende betrouwbaarheid uit het ontwerpbestemmingsplan is verdwenen, wordt het des te urgenter dat de gemeenten van het Westerkwartier binnen afzienbare tijd met een Archeologische Beleidsadvieskaart komen. Wij dringen er op aan dat de gemeenten met spoed een aanvang maken met de werkzaamheden ter realisatie van deze kaart.

L,M,G

  1. In het bestemmingsplan hebben de houtsingels die tot de houtsingelhoofdstructuur behoren op de kaart een functieaanduiding “houtsingel” gekregen. Uit de aanlegvergunningentabel blijkt dat deze houtsingels niet gerooid mogen worden. Daardoor hebben deze houtsingels feitelijk een “harde” bestemming gekregen. Het bevreemdt ons dan ook dat zich dat slechts vertaald in een “functieaanduiding” (een begrip dat niet in de bestemmingsplanregels voorkomt en waarvan ons de juridische status niet duidelijk is) en niet, zoals dat bij pingo-ruïnes wèl het geval, in een dubbelbestemming “Waarde – Houtsingelhoofdstructuur”. In beide gevallen is er immers sprake van beleid gericht op het behoud van de bestaande elementen en een daarbij passend aanlegvergunningstelsel (hetgeen onverlet laat dat voor de overige houtsingels de Spelregels gelden, zoals die zijn vastgesteld in de beleidsnota Houtsingelhoofdstructuur).
    Gezien de juridisch onduidelijke status van het begrip “functieaanduiding” achten wij het wenselijk het behoud van de houtsingelhoofdstructuur te borgen door het een “harde” bestemming op de kaart te geven d.m.v. een dubbelbestemming “Waarde – Houtsingelhoofdstructuur”.
    Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

L,M,G

  1. In de houtsingelreservaten zijn de bestaande houtsingels, ondanks het feit dat zij niet gerooid mogen worden, niet op de kaart aangegeven, terwijl dat elders voor de houtsingelhoofdstructuur wel is gebeurd d.m.v. een functieaanduiding. Om elk misverstand over welke houtsingels het betreft uit de weg te ruimen (wat, ingeval het restanten van houtsingels betreft, niet ondenkbaar is) vinden wij het wenselijk dat in houtsingelreservaten de betreffende houtsingels ook “hard” op de kaart komen te staan.
    Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

L,M,G

  1. Ondanks het feit dat het bestemmingsplan terecht geen mogelijkheden biedt om intensieve veehouderijen te vestigen dan wel reëel uit te breiden, blijft het onderscheid tussen agrarische bedrijven (waaronder intensieve veehouderij) en “andere” bedrijven (waaronder paardenhouderij, viskwekerij, champignonkwekerij) merkwaardig: qua ruimtelijke uitstraling (omvang en grootte van gebouwen) komen zij sterk met elkaar overeen. Qua verkeersaantrekkende werking zou het echter meer voor de hand liggen om intensieve veehouderijen bij de categorie “andere” bedrijven te scharen.
    Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

L

 

M,G

  1. Niet alle openbare (kleinere) wegen hebben de bestemming “weg” gekregen. Voorbeeld daarvan is de Traansterweg in de gemeente Leek, die niet op de kaart voorkomt.
    Door de onoverzichtelijkheid van het kaartmateriaal op ruimtelijkeplannen.nl hebben wij door tijdgebrek niet kunnen nagaan of dit soort fouten ook elders in het ZWK voorkomen.
    Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

L

10.  Voor de uitbreiding van de Camping Westerheerdt is o.a. ten noorden van de Westerheerdtlaan een gebied als “Recreatie-verblijfsrecreatie” bestemd. Wij vinden dat deze bestemming strijdig is met de daar geldende “Waarde – Houtsingelreservaat”. De visueel landschappelijke waarde van het houtsingelreservaat vanaf de Westerheerdtlaan wordt hierdoor ernstig aangetast. De Westerheerdtlaan is van oudsher de grens tussen het landgoed Nienoord en het houtsingelreservaat Midwolde. De gedoogde, maar in feite illegale, “noodopvang” voor kampeerders ten noorden van de Westerheerdtlaan moet niet via dit bestemmingsplan nog eens bevestigd en verder uitgebreid worden! Tegen de uitbreiding naar het zuiden hebben wij geen bezwaar.
Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze zienswijze aan te passen.

 

Hoogachtend,

Namens de Stichting Milieubeheer Zuidelijk Westerkwartier en de Werkgroep Brandnetel,

B. Rijnja