Houtsingels zijn lijnvormige landschapselementen bestaande uit bomen, struiken en onderbegroeiing, meestal langs een (droge)
greppel gelegen, als perceelsbegrenzing.

Staan de bomen meer dan 5 meter uit elkaar en is er géén onderbegroeiing, dan spreken we van een bomenrij i.p.v. een houtsingel.

Veel houtsingels hebben geen onderbegroeiing en de lage zijtakken zijn verwijderd. We spreken dan van een holle houtsingel.

Houtwallen, waarbij de bomen op een laag dijkje (0,5 tot 1 m hoog) staan komen in het ZWK nauwelijks voor.

 

Houtsingels in het ZWK bestaan voornamelijk uit elzen. Vroeger (dwz vóór WO II) hadden deze singels een functie
als veekering en"boerengeriefhout" (voor allerhande doeleinden: paaltjes, bezems, brandhout). Ook doornige
struiken zoals meidoorn en sleedoorn waren geschikt als veekering. Ook bramen als onderbegroeiing waren geschikt als veekering.
Houtsingels komen vooral op de hogere gronden voor, de zgn. "gasten". Op de lagere veengronden waren sloten voldoende als
veekering.
Eens in de ongeveer 10 jaar werden de houtsingels teruggezet, zodat ze daarna weer konden uitlopen. Hetzelfde gebeurde met wilgen,
die geknot werden.
Eiken kunnen hardhout leveren, maar moeten veel langer staan om het daarvoor geschikte hout te krijgen.
Een oude, geknotte eik loopt echter zelden weer uit: deze moeten opnieuw geplant worden.
Bomen die niet worden teruggezet worden overstaanders genoemd.

Na de oorlog hebben de houtsingels deze functies geleidelijk aan verloren. Om ze toch voor het landschap te
behouden is onderhoud nodig. O.a. de Stichting Landschapsonderhoud Groningen houdt zich hier intensief mee
bezig. De financiering van dit onderhoud is echter voortdurend een probleem.

Men is druk bezig nieuwe economische functies voor het gesnoeide hout te verzinnen. Houtsnippers kunnen dienen als:
brandstof (in de vorm van geperste pellets), vergisting (voor biogas), strooisellaag in veestallingen, etc.

 

_________________________________________________________________________________________________________________________

geen struiklaag-orig kopie 

Typisch voorbeeld van een holle houtsingel, zoals er zoveel in het ZWK voorkomen. Er ontbreekt een kruid- en een struiklaag, waardoor de natuurwaarden beperkt zijn.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

 

zware brede singel-orig kopie

Een dichte singel versterkt de beslotenheid van het coulissenlandschap en is waardevoller m.b.t. biodiversiteit.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________

 

 

Veel houtsingels vertonen "gaten" doordat dode/gerooide bomen niet zijn vervangen.

________________________________________________________________________________________________________________________

Eiken in houtsingels die niet gekapt worden en daardoor oud kunnen worden worden "overstaanders" genoemd.

_________________________________________________________________________________________________________________________

 

ZWK 004 1

Houtsingels vormen coulissen, waardoor een halfopen landschap ontstaat.

De meeste houtsingels lopen in de N-Z richting. Dwarssingels, die in de O-W richting lopen, zijn meestal korter en zeldzamer. Ze zijn echter belangrijk,
omdat ze het landschap visueel geslotener maken. Dit is het restant van zo'n dwarssingel

________________________________________________________________________________________________________________________

 

dwarssingel-orig kopie

Voorbeeld van een dichte dwarssingel, met een trekkerdoorgang om de twee percelen met elkaar te verbinden.

Houtsingels die met elkaar verbonden zijn (bv. d.m.v. dwarssingels) vormen een netwerk en daarmee een doorgangsroute voor allerlei zoogdieren, reptielen en insekten(bv. loopkevers). Geïsoleerde houtsingels zijn minder waardevol ("bloempotten"). Dicht bijelkaar gelegen elementen kunnen echter "stepping stones" vormen.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________

 diverse soorten-orig kopie

Een houtsingel met diverse soorten bomen en struiken, dus niet alleen maar elzen, maar ook eiken, berken, wilde zoete kers, meidoorn, sleedoorn, hondsroos, etc. draagt sterk bij aan de biodiversiteit